Historie Bibliotheek Koninklijke Militaire Academie (KMA Breda)

De bibliotheek is in 1828 bij de oprichting van de KMA ontstaan. De bibliotheekcollectie omvat een groot aantal oude boeken, waarvan sommigen uit de zestiende eeuw. De collectie van de bibliotheek was lange tijd alleen voor officieren, beambten van de academie en voor laatstejaars cadetten toegankelijk. Pas in de twintigste eeuw werd de toegankelijkheid van de bibliotheek verruimd. Na de Tweede Wereldoorlog werd de bibliotheek als open boekerij ingericht, waar boeken konden worden geleend of ter plaatse worden geraadpleegd. De bibliotheek werd ook voor bezoekers van buiten de academie toegankelijk.

Huisvesting

bibliotheek-kma-in-breda Sinds 1994 is de bibliotheek in het Huis van Brecht, het oudste stenen woonhuis in Breda uit het begin van de zestiende eeuw, gevestigd.

Het Huis van Brecht ontleent zijn naam aan de familie Van Brecht die er in de 16e eeuw heeft gewoond. Het is één van de voorname families die zich kort na 1500, de gouden eeuw van Breda, in de nabijheid van het rijke hof van graaf Hendrik III van Nassau vestigt. Govaert van Brecht die ook het kasteel Bouvigne bezit, koopt het huis omstreeks 1530. Drie generaties van deze familie hebben het huis bewoond gedurende een bijzonder roerige tijd in de Bredase geschiedenis. Govaerts zoon Jan erft het huis in 1578. Jan’s nog jonge zoon Jacob wordt door het overlijden van zijn vader in 1585 eigenaar, maar het beheer komt voorlopig in handen van Jans zuster Anna. Dit zijn jaren waarin Breda verscheurd wordt door de opstand tegen de centrale regering in Brussel, die het beleid van de fanatiek katholieke Spaanse koning uitvoert.

Breda wordt, na het vertrek van Willem van Oranje naar Duitsland, door een Spaansgezinde gouverneur bestuurd. Dit is slechts van korte duur. Door een wapenstilstand krijgt Willem zijn Breda in 1577 weer terug, maar een aanval van Spaanse troepen maakt hier vier jaar later al weer een einde aan. Moordend en plunderend trekken deze troepen door de stad, waarbij zich in de directe nabijheid van het Huis van Brecht heftige straatgevechten hebben afgespeeld. De familie Van Brecht staat in deze jaren van opstand aan de zijde van de centrale regering. In 1590 blijkt dit de verkeerde keuze. Prins Maurits, zoon van Willem van Oranje, nam door middel van de beroemde turfschiplist Breda in, waarna Anna en haar neefje Jacob van Brecht de stad ontvluchten. Zij zoeken hun toevlucht in Luik. Hun huis wordt door de nieuwe stadsregering gebruikt als huisvesting voor officieren en later ook voor ambachtslieden. Er is zelfs een smidse in ondergebracht. Dat dit het huis niet ten goede komt, is vanzelfsprekend en Anna protesteert fel bij het Bredase stadsbestuur tegen de schade die haar bezit oploopt. Uiteindelijk verkoopt zij het familiebezit in 1605 aan Pieter Leenaert Verhoeven. Het huwelijk van de dochter van Pieter Verhoeven, Goedlief, brengt het Huis van Brecht in handen van de officiersfamilie Van Broeckhuysen die er tot 1719 eigenaar van blijft.

Hierna wisselen de eigenaren, meestal kooplieden of officieren, elkaar snel op. Bij iedere verkoop stijgt de prijs. Wordt in 1719 nog f 8910,- betaald, in 1792 is dit inmiddels f 13.300,- geworden. In de loop van de tijd is het huis namelijk uitgebreid en aanzienlijk verfraaid. Aan het einde van de 18e eeuw breken opnieuw onrustige tijden aan. De Franse Revolutie vindt in 1789 plaats en de idealen van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap wensen de Fransen over Europa te verspreiden, desnoods met geweld. Ook Breda krijgt hiervan zijn deel. In 1793 wordt de stad door de Fransen bezet, maar al na enkele maanden moeten ze het veld ruimen.

De volgende poging in 1794 heeft echter meer succes. Tot 1813 blijven de Fransen de dienst uitmaken en raken de gevolgen van hun oorlogen ook Breda. In het kasteel wordt een militair hospitaal ingericht en waarschijnlijk ook in een gedeelte van het Huis van Brecht, dat desondanks particulier eigendom blijft. De laatste eigenaar is de officier van de artillerie Frederik Karel List, die het nog tot Minister van Oorlog (1840-1848) brengt. List heeft het huis in 1820 gekocht. Zes jaar later wordt hij door een adjudant van koning Willem I benaderd met een bod aangezien door de voorgenomen oprichting van de militaire academie in het kasteel het hospitaal moet verhuizen. In 1827-1828 vindt de verbouwing van het huis tot garnizoenshospitaal plaats. Er komt een nieuwe vleugel langs de Cingelstraat, zodat het aan de reeds bestaande Oude Lombard aansluit.

Van het bestaande oude huis worden de voorgevel, de schuiframen en de trapgevels vernieuwd. Ruim honderd jaar, tot 1940, zijn de zieken van het garnizoen in het Huis van Brecht door militaire artsen bijgestaan en door hospitaalsoldaten verpleegd. In de 19e eeuw is de moeilijkste taak om de verspreiding van besmettelijke ziekten als cholera en pokken te voorkomen. Ook het voorkomen en bestrijden van geslachtsziekten is een niet onbelangrijk onderdeel van de militaire geneeskunde, die in die tijd zeker niet onderdoet voor de burgergeneeskunde. De hospitaalsoldaten in Breda zijn dienstplichtige infanteristen behorend tot het Zesde Regiment Infanterie die een aanvullende opleiding krijgen. Verpleegsters doen pas na 1910 in militaire hospitalen hun intrede. Ook de cadetten maken gebruik van de geneeskundige voorzieningen in het Huis van Brecht of, zoals zij het gebouw noemen, de “Grote Stal”. Hier wordt ziekenrapport gehouden en worden cadetten opgenomen die verpleging nodig hebben.

Na de Tweede Wereldoorlog is het Huis Van Brecht als onderdeel van de Koninklijke Militaire Academie voor allerlei doeleinden gebruikt, bijvoorbeeld als legering ten behoeve van de administratieve compagnie en de opslag van uniformen en uitrusting, maar ook de kleermaker, de foerier en de messes van de onderofficieren en de korporaals vinden hier hun plaats. In 1952 wordt de tentoonstelling ter gelegenheid van de viering van Breda 700 jaar Oranjestad in het huis ingericht. Koningin Juliana en prins Bernhard vereren deze expositie met hun bezoek. In 1986 krijgt een aantal Bredase kunstenaars gelegenheid in het huis te exposeren.

In de loop der jaren raakt het oude gebouw echter in verval, de vernieuwing van de trapgevels in 1952 en het dak in 1959 ten spijt. Een ingrijpende restauratie wordt onontkoombaar, wil men het unieke huis redden. Generaal-majoor Klik, gouverneur van de KMA, verwoordt zelfs in duidelijke termen zijn zorgen om de toekomst van het vervallen Huis van Brecht in zijn openingsrede van het academisch jaar 1981-1982. Toch duurt het nog enkele jaren voordat er iets gebeurt. In 1987 wordt de restauratie een project van de Dienst Gebouwen Werken en Terreinen van de genie. En in 1988 wordt een begin gemaakt met archeologisch onderzoek dat aan de restauratie voorafging. Op 24 november 1993, de 165e verjaardag van de Koninklijke Militaire Academie kan het Huis van Brecht in oude luister een nieuwe toekomst tegemoet gaan. Een suggestie die al in 1977 in de Bredase pers werd geschreven, is verwezenlijkt: de plaatsing van de bibliotheek NLDA Breda in dit historische gebouw.

Puffiuszaal

 

250px-155Puffiuszaal open haardOp de eerste verdieping is de Puffiuszaal gevestigd, genoemd naar een gouverneur van de KMA. De zaal heeft zijden behang en wordt ook wel de Vlaamse Zaal genoemd naar het Vlaamse balkenplafond. De zaal is tegenwoordig in gebruik als vergaderzaal en als ruimte voor de Aanname- en Adviescommissie (AAC) voor het voeren van ‘sollicitatiegesprekken’ met potentiële nieuwe cadetten.

Reacties staat uit voor Historie Bibliotheek Koninklijke Militaire Academie (KMA Breda)

Opgeslagen onder Bibliotheek informatie

Reacties zijn gesloten.